Hand en pols
TFCC Letsel - Polsmeniscus letsel
Oorzaak
Aan de pinkzijde van de pols is het triangulaire fibrocartilagineuze complex (TFCC) gelegen. Dit TFCC bestaat uit meerdere ligamenten. De belangrijkste functie is het stabiliseren van het gewricht tussen spaakbeen en ellepijp in de pols. Daarnaast functioneert het als schokdemper voor de handwortelbeenderen en stabiliseert het de handwortel ten opzichte van de onderarm. Bij een val, een acute draaibeweging, een te lange ellepijp of chronische belasting kan letsel van het TFCC ontstaan.
Afhankelijk van het type letsel en uw wensen wordt de best mogelijk keuze voor behandeling gemaakt.

Een illustratie van de anatomie van het TFCC
Klachten
Er is pijn aan de pinkzijde van de pols. Vaak zijn belastende bewegingen pijnlijk en kunnen er verschietende of klikkende sensaties in de pols zijn. Dit geldt vooral bij draaibewegingen. De pols kan stijf en opgezet zijn. In sommige gevallen is er een pijnlijke instabiliteit tussen ellepijp en spaakbeen, soms met vormverandering van de pols.

Conservatief
Soms volstaat het om de pols gedurende een periode rust te geven in een brace; al dan niet met het uitvoeren van een (cortisone)infiltratie.
Operatief
De ingreep wordt bepaald door het klachtenpatroon, de stabiliteit van de pols, de locatie van het letsel in het TFCC en de aanwezigheid van eventuele artrose.
Als er vooral pijn is dan volstaat meestal een kijkoperatie om de scheurflappen in het TFCC weg te halen of het TFCC terug vast te hechten aan het kapsel.
Als er een te lange ellepijp is kan dit met een kijkoperatie of een open ingreep (ulnaverkorting) behandeld worden.
Bij instabiliteit zijn er meerdere mogelijke ingrepen mogelijk.
Uw arts zal met u de mogelijkheden bespreken waarvoor u in aanmerking komt.

Een illustratie van een kijkoperatie (arthroscopie) van de pols

Een voorbeeld van een ulnaverkorting
Nazorg
Dit is afhankelijk van de ingreep die gedaan wordt en varieert van een verband gedurende 7-10 dagen gevolgd door snel mobiliseren tot 6 weken gips bij het herstel van stabiliteit. De mogelijkheid van gips wordt vooraf met u besproken. Het gips zit net boven de elleboog waardoor u wel kunt strekken en plooien in de elleboog maar niet kunt draaien in de onderarm.
Na het verwijderen van de hechtingen is het belangrijk meerdere malen per dag het litteken te masseren met een littekenzalf.
Resultaat operatie:
75-85% heeft een gunstig effect van de ingreep. Als er met gips wordt behandeld is de pols in het begin vaak stijf. Soms is kinesitherapie nodig om de pols weer soepel te krijgen. Soms blijft er een draaibeperking in de onderarm bestaan.
Bij het verkorten van de ulna (ellepijp) is er een risico van 5-10% dat deze niet goed vast groeit, en dat er een 2e operatie nodig is om de heling te bevorderen. Dit risico geldt vooral voor patienten die roken (of vapen).
Het infectie risico is 2%. Dystrofie is bij elke operatie een klein doch vervelend risico. Bij sommige patiënten is het litteken gedurende een langere tijd gevoelig (littekenovergevoeligheid). In het overgrote gedeelte van de gevallen is dit van voorbijgaande aard.